Waarom niet groter wonen?

Als dochter van een agrariër, woonde ik mijn jeugd lang vrijstaand. Schuur achter het huis en grasmat ervoor. Het werd mijn standaard als kind en mijn ideaal toen ik ouder werd. Ik werkte hard, verdiende best een hoop geld en had altijd dat beeld: met mijn toekomstige gezin in een vrijstaand huis met groot grasveld.

Vrijstaande huizen begonnen in mijn omgeving een beetje bij 350.000 euro. Omgerekend maandlasten van, zeg, 1400 euro. Daar moest ik als ondernemer bijna het dubbele bruto voor verdienen. Dat huis zou me dan dus een kleine 3000 euro van mijn inkomsten kosten. En dan had ik de Nuon nog niet eens bepaald.

Het was materialisme. Al zien mensen het willen maken van wooncarrière (vreselijk woord!) niet zo. Het is puur materialisme. Je doet het voor je eigen ego en voor de mensen die bij je langskomen en denken: poeh zeg, die heeft goed geboerd. Wat helemaal niet zo hoeft te zijn. Er zijn mensen in vrijstaande huizen die door hun hoge maandlasten maandelijks minder te besteden hebben dan mensen in een rijtjeshuis, met redelijk lage lasten.

Ik zie het nu heel anders dan tien jaar geleden. Ik woon dan ook nu met mijn man en kind in een rijtjeshuis in een dorp, niet meer waard van zo’n 155.000 euro. Sommige mensen kijken daarop neer, zeker als zij nog wel denken in termen als ‘wooncarrière maken.’ Dan vragen ze: hoe lang blijven jullie daar wonen? Zij denken: maximaal vijf jaar. Daar word ik een beetje recalcitrant van en antwoord: wat mij betreft mijn hele leven.

Mensen die ons kennen en weten dat we genoeg geld verdienen om een twee keer zo groot huis te kopen, snappen er nog minder van. Die vragen steevast: ‘Waarom niet groter wonen?’ Ik heb nu vier slaapkamers. Een werkkamer, een voor onze zoon, een voor onszelf en een voor logeetjes. Genoeg, lijkt mij. Dus antwoord ik altijd met een wedervraag: ‘Waarom wel?’ Waarom niet weet ik wel. Omdat ik niet wil leven om mijn hypotheek te betalen. Nog korter: omdat ik liever wil léven.